woensdag 8 maart 2017

Het Wederzijds Huwelijksbedrog




Het Wederzijds Huwelijksbedrog

 




Het wederzijds huwelijksbedrog is een 18de eeuws toneelstuk, dat als boek is uitgebracht. Het is geschreven door Pieter Langendijk. Het is een blijspel waarin geld, bedrog en liefde de thema's zijn. Het boek is geschreven in hexameters (zinnen met 12 of dertien lettergrepen), waarbij Langendijk een gepaard rijm hanteert (aabbcc). Hierbij wisselt hij vrouwelijk rijm af met mannelijk rijm. Het taalgebruik is zeer modern voor de verlichting, omdat het geen overdrijving of beeldspraak bevat.  Het toneelstuk is opgebouwd uit vijf bedrijven: expositie (kennismaking met de hoofdpersonen), intrige (wederzijds bedrog), climax (liefde tussen Jan en Klaar), catastrofe (conflicten tussen de geliefden) en peripetie (ontknoping).




Het boek begint met drie korte teksten: 
-De eerste is een sonnet van Langendijk, dat hij opdraagt aan dichter Govert van Mater.
-De tweede tekst is een proza genaamd 'Voorrede'. Hierin beschrijft Langendijk zijn kritiek over het toneel van de 18e eeuw. Zo vindt hij dat er meer blijspel geschreven zou moeten worden, in plaats van moderne historiespelen. Het blijspel zou het gedrag van de burgers verbeteren, omdat zij tijdens het blijspel personages met onfatsoenlijk gedrag aanschouwen. Langendijk gaat er hier van uit dat de burgers, bij het zien van deze onfatsoenlijkheden, zich hoffelijker gaan gedragen.   
-De derde tekst genaamd 'Vertoners' is een lijst met de in het toneelspel voorkomende personages.


In het eerste bedrijf (de expositie) worden Lodewijk en Jan geintroduseerd. Lodewijk (de hoofdpersoon) is van adellijke komaf en goed gemanierd. Hij is echter arm en heeft geld nood. Jan is de bediende van Lodewijk. Net als Lodewijk zat Jan in het leger. Hij is echter uit het leger gezet, omdat hij het paard van de kapitein heeft gestolen. Lodewijk is daardoor ook uit het leger gezet. Jan is een arme dief en niet te vertrouwen.

De jongens wandelen door de Maliebaan in Utrecht, Lodewijk's geboortestad. Tijdens hun wandeling komen ze een mooie jongedame tegen, Charlotte. Lodewijk vindt dat ze er welvarend uitziet en probeert hier zijn voordeel mee te doen. De jongens spreken af om te doen alsof zij ook rijk. Ze huren een kamer in de herberg, die tegenover Charlotte's huis staat. Lodewijk besluit om zich als graaf van het verzonnen Habislouw voor te stellen. Jan stelt zich op als een Poolse baron.

 
Het tweede bedrijf (de intrige) begint bij Charlotte thuis. Charlotte blijkt net als de jongens niet zo rijk te zijn als zij zich voordoet. Samen met haar moeder Constance heeft zij, net als de jongens, een scenario geschetst die haar 'rijkdom' geloofwaardig moet maken. Constance wil graag dat haar dochter met een rijke man trouwt. Zij ziet Lodewijk als een geschikte echtgenoot en wilt alles proberen om een huwelijk te realiseren.

Hun plan is dat de bediende, Fop, moet doen alsof hij een pachter is die geld komt brengen. De andere bediende, Hans, moet doen alsof hij een Franse juwelier is, die een ring aan haar probeert te verkopen. De ring in kwestie is al eigendom van Charlotte en is gemaakt van nep goud. Als Lodewijk eenmaal op bezoek komt weet Charlotte hem zover te krijgen dat hij de ring voor 800 gulden aan haar cadeau doet. Tijdens het bezoek worden Lodewijk en Charlotte echt verlieft op elkaar, waarbij hun geldmotieven op de achtergrond belanden. Lodewijk en Charlotte verwachten binnenkort te trouwen. Als Lodewijk vertrokken is maakt moeder Constance zich zorgen over de bruidsschat, die zij niet voor haar dochter zou kunnen betalen. Ze besluiten dat Charlotte zonder de goedkeuring van haar moeder met Lodewijk zal trouwen (schaking). Hierdoor vervalt de plicht om een bruidsschat te betalen.


In het derde bedrijf (de climax) wordt Klaar, een bediende van Charlotte, naar Lodewijk gestuurd. Zij vertelt Lodewijk dat Constance van plan is om Charlotte in het klooster op te laten nemen. Klaar raadt Lodewijk aan om Charlotte te schaken (zodoende wordt door deze leugen de schaking gerealiseerd). Terwel Jan zijn liefde voor Klaar bekend, schrijft Lodewijk een brief aan Charlotte met de boodschap dat hij haar zal komen redden. Klaar brengt de brief vervolgens naar Charlotte en keert al snel met een antwoord terug. Charlotte zal Lodewijk om zeven uur' s avonds ontvangen op haar balkon.


In het vierde bedrijf (de catastrofe) komt Karel, kapitein in het leger en de broer van Charlotte, thuis van zijn reis. Hij heeft samen met zijn vrouw Sofy een tocht gemaakt. Hij is vooruit gereisd om zijn moeder op te halen voor het vervolg van hun tocht. Constance vertelt Karel over de liefde tussen Charlotte en de 'rijke' Lodewijk. Karel merkt echter op dat dit 'droomprinsverhaal' niet realistisch is en vindt de situatie verdacht. Ondertussen is Hans, de man van Klaar, te weten gekomen dat Klaar en Jan verlieft en verloofd zijn. Hans en Klaar krijgen ruzie. Als ze eenmaal uitgepraat zijn denkt Hans dat hij haar liefde verzilverd heeft. Klaar kiest echter voor de 'edele' Jan. Als Klaar en Jan elkaar weer ontmoeten betrapt Hans hen. Er breekt een gevecht uit, waarbij Jan Hans in elkaar slaat. Jan belooft Hans na afloop wel dat hij de hofmeester van de graaf van Habislouw mag worden, om Klaar een plezier te doen.


Tot slot het vijfde bedrijf (de peripetie en de ontknoping). Jan en Klaar zijn in gesprek met elkaar als Constance thuiskomt met Karel en Sofy. Karel herkent Jan als de uit het leger gezette soldaat die zijn  paard gestolen heeft, en confronteert hem. Jan geeft zijn ware identiteit bloot en wordt gevangen genomen. Lodewijk realiseert zich dat hij snel zal volgen en onthult zijn ware identiteit. Hij blijkt de broer van Sofy te zijn. Sofy probeert haar broer te redden door de situatie te nuanceren: 'Constance is rijk genoeg, dus waar maken we ons zorgen om? Karel wordt hiermee gedwongen om op te biechten dat ook zijn familie zich rijker voordoet, dan zij werkelijk is. Omdat Karel zich erg schuldig voelt over zijn schijnvertoning, biedt hij Lodewijk een nieuwe baan in het leger aan. Ook geeft hij Lodewijk geld om zijn schuldeisers te betalen. Jan stilt echter dit geld en gaat er mee vandoor. Zo eindigt iedereen als bedrieger en bedrogene.




Er is geen duidelijk motto af te leiden uit dit boek. Het toneelspel heeft echter wel een duidelijke functie: Het afschrikken van slechte gedragingen onder burgers. Deze aanpak was zeer effectief ten tijde van de verlichting, omdat men juist zo beschaafd mogelijk wilde zijn en overkomen.

Langendijk houdt zich bij het Wederzijds huwelijksbedrog aan de eenheden van tijd en plaats: het verhaal speelt zich in 1 dag af, waarbij het decor de plaats Utrecht is. Alleen de eenheid van handelingen lapt Langendijk aan zijn laars: Er zijn veel nevenintriges zoals bijvoorbeeld de liefde en ruzie tussen Klaar en Jan.

Langendijk hanteert bij zijn personages verschillende woordkeuzes, om de klassenverschillen zo authentiek mogelijk over te laten komen. Dit maakt het toneelspel realistischer en geloofwaardiger.

Ik vond het Wederzijds huwelijksbedrog een vermakelijk boek om te lezen. Het feit dat iedereen over zijn of haar identiteit liegt om rijkdom en/of liefde te vergaren is een interessant scenario. Hierdoor werd het boek nooit saai.


Informatie:

Auteur:              Pieter Langendijk


Jaar uitgave:1714
Uitgeverij:Hendrik van de Gaete
Plaats:Amsterdam
Aantal pagina's: 168


Recensies:

- Niet beschikbaar
- Niet beschikbaar




vrijdag 3 februari 2017

Max Havelaar




 Max Havelaar

 

 

Max Havelaar is geschreven door Multatuli. Multatuli is een alias van Eduard Douwes Dekker. Multatuli betekent 'bekend Nederlands auteur'. Het boek gaat over de 19e eeuwse assistent-resident Max Havelaar, die een beter bestaan voor de Javanen in Nederlands-Indië probeert te realiseren. De motieven van het boek zijn onderdrukking, het verzaken van plichten en het strijden voor vrijheid. De thema's zijn rechtvaardigheid en eerherstel. Het boek is geschreven in de ik-vorm, waarbij er vanuit het perspectief van 4 verschillende personages vertelt wordt: Droogstoppel, Stern, Havelaar (gecreert door Stern) en Multatuli. Het verhaal wordt ondersteunt door Bijbelse metaforen en poëzie.





Het boek begint bij de 43-jarige Batavus Droogstoppel. Hij maakt al zeventien jaar koffie voor de firma Last & Co. Hij woont op Lauriergracht 37, Amsterdam. Droogstoppel wil een feitelijk boek schrijven over de koffiecultuur op Nederlands-Indië. Hiermee wil hij zich afzetten tegen de met leugens gevulde boeken van dichters en romanschrijvers.

Op een avond ontmoet hij een oude schoolvriend in de Kalverstraat. De schoolvriend ziet er armoedig uit: hij draagt een grote sjaal rondom zijn schouders in plaats van een winterjas.  Droogstoppel noemt hem daarom Sjaalman. Sjaalman besluit om een eindje met Droogstoppel mee te lopen. Dit vindt Droogstoppel erg irritant. Hij mocht Sjaalman niet op school. Sjaalman blijkt ontslagen te zijn door zijn baas, die boekhandelaar is. In hun gesprek komt ook Droogstoppel's wens om een boek te schrijven aan de orde.

De volgende dag ontvangt Droogstoppel een pakket documenten van Sjaalman. Bij dit pakket zit een brief, waarin Sjaalman hem vraagt de documenten door te lezen. Ook vraagt hij Droogstoppel om een borg te betalen voor de drukkosten. Dit doet Droogstoppel bij de boekhandelaar. In het pakket vindt  Droogstoppel een aantal documenten die hij interessant vindt. Een van deze documenten is een verslag over de koffiecultuur in de residentie Menado, dat Droogstoppel voor zijn boek denkt te kunnen gebruiken. Droogstoppel spreekt met de stagiair Ernest Stern af dat Stern, aan de hand van de documenten van Sjaalman, het boek over de koffiecultuur voor hem zal schrijven. Ernest Stern is de zoon van een goede vriend van Droogstoppel, die in Hamburg woont. Hij heeft een talent voor schrijven, wat Droogstoppel nodig denkt te hebben om van Sjaalmans documenten een geheel te
maken. Droogstoppel heeft al een titel voor zijn boek bedacht: 'De koffiveilingen der Nederlandsche Handel-Maatschappy'. Droogstoppel geeft Stern wel aan dat hijzelf soms ook aan het boek zal werken, om er zijn eigen toepassing aan te geven.

Op een dag bezoekt Droogstoppel Sjaalman om meer informatie over bepaalde documenten te krijgen. Sjaalman blijkt echter niet thuis te zijn.

Stern begint het verhaal met een beschrijving van Nederlands-Indië. Hij beschrijft de omgeving, de Javanen, het bestuur van Nederlands-Indië en de misstanden die er zich op de kolonie afspelen. De oorspronkelijke bevolking wordt namelijk uitgebuit en gediscrimineerd. Daarna vertelt Stern over de aankomst van Max Havelaar, de nieuwe assistent-resident van Rangkas Betoeng (de hoofdstad van Lebak). Stern geeft een uitgebreide beschrijving van de 35-jarige Havelaar. Stern beschrijft Havelaar als een uitstekend ambtenaar: Hij is, eerlijk, rechtvaardig, geestig en beschaafd. Hij wordt echter ook als een tegenstrijdig karakter, een idealist én een realist neergezet. Havelaar heeft een lieve vrouw (Tine) en een zoontje ('kleine Max').

Havelaar maakt kennis met een paar autoriteiten, onder wie resident Slijmering, controleur Verbrugge en de Javaanse regent Negara. Na deze kennismaking wordt Havelaar officieel tot assistent-resident benoemd. Havelaar neemt zich voor om de oorspronkelijk bevolking te beschermen tegen onderdrukking en mishandeling. De volgende dag houdt Havelaar een toespraak voor de bestuursleden van Lebak, waarin hij hen van plichtsverzaak, zelfverrijking, onderdrukking en mishandeling beschuldigt. De bestuursleden zouden hoge belastingen innen om hun eigen portemonnee te spekken. Daarnaast geven zij opdracht om de oorspronkelijke bevolking de exploiteren uit winstbejag. Havelaar heeft over deze zaken gelezen in de archiefstukken van zijn voorganger Slotering. Ook controleur Verbrugge weet van deze misstanden en voegt er een aan toe: het gerucht gaat dat Slotering vergiftigd zou zijn door de schoonzoon van de bejaarde Negara. Havelaar's superieur, de resident van Bantam Slijmering, heeft niks gedaan om deze misstanden op te lossen. Hij houd zich opzettelijk van de domme in ruil voor grote geldtoeslagen. Deze heeft hij nodig om zijn grote familie en hofhouding te onderhouden.

Op dit punt in het boek besluit Droogstoppel om Sterns verhaal te onderbreken. Droogstoppel is er achter gekomen dat er in Lebak geen koffie verbouwd wordt. Havelaar heeft niks te maken met de koffiecultuur, waardoor Droogstoppel niet meer over Havelaar wil schrijven. In plaats daarvan schrijft Droogstoppel over de preek van dominee Wavelaar. In deze preek vertelt Wavelaar de Javanen dat zij hard moeten werken om een plek in de hemel te krijgen. De Javanen worden in Lebak opgedragen om koffiebonen te produceren. Zo komt er toch een koffiecultuur op gang in Lebak.

Ook vindt Droogstoppel dat de documenten van Sjaalman niet van christelijke aard zijn. De christelijke Droogstoppel geeft Stern daarom per brief de opdracht om alleen christelijke documenten uit het pakket te verwerken.

Stern schrijft vervolgens verder over Havelaar. In de gesprekken met de autoriteiten vertelt Havelaar over zijn verleden. In 1842, toen hij controleur van Natal op Sumatra was, heeft hij een dertienjarig meisje leren kennen, Si Oepi Keteh ('kleine freule'). Uit de parabel van de Japanse steenhouwer die hij haar toen verteld had, blijkt dat de mens niet steeds naar hogere dingen moet streven.

Havelaar neemt zijn functie zeer serieus en helpt zijn vrienden luitenant Duclari en controleur Verbrugge, om Rangkas Betoeng rechtvaardiger te maken. Havelaars prioriteit is het bestrijden van de misstanden. Regelmatig komt de oorspronkelijke bevolking bij hem op bezoek om beklag te doen: Zij zijn de onderdrukking en mishandeling meer dan zat. Vele besluiten te vluchten, waarna zij zich aansluiten bij de opstandelingen in de Lampongse districten. Havelaar probeert regent Negara over te halen om de oorspronkelijke bevolking menselijker te laten behandelen. Negara belooft hier maatregelen voor te nemen, maar doet niks. Hoewel de Nederlandse bevolking weet van de onmenselijke behandeling van de oorspronkelijke bevolking, doen zij hier niks aan. Stern illustreert de ernst van de situatie met een tragisch verhaal over twee Javaanse kinderen: Saïdjah en Adinda.

Saïdjah is de zoon van een Soedanese landbouwer in Badoer. Hij ploegt het rijstveld voor zijn vader. Op een dag beschermt hun trouwe buffel Saïdjah tegen een tijger. De buffel wordt echter door het districtshoofd in beslag genomen, net als hun vorige buffel. Zonder de buffel kan Saïdjahs vader de landrente niet meer betalen, en hij besluit te vluchten. Hij wordt opgepakt en overlijdt in de gevangenis. Zijn vrouw sterft van ellende. Saïdjah wordt verliefd op Adinda en vertrekt naar Batavia om als bendi-jongen (rijtuig koerier) geld te verdienen. Na drie jaar zal hij terugkeren om met Adinda te trouwen. In Batavia klimt hij op tot huisbediende. Als de drie jaar om zijn keert hij terug naar Badoer. Hij neemt een getuigschrift, geld en een doek voor Adinda mee. Adinda en haar huis zijn echter onvindbaar. Als hij hoort dat ze met haar familieleden en vele anderen naar de Lampongs (Zuid-Sumatra) is vertrokken, besluit hij haar te gaan zoeken. Hij sluit zich aan bij een bende opstandelingen en vindt uiteindelijk in een brandend dorp Adinda's lijk. Hij maakt een einde aan zijn leven door op de bajonetten van de soldaten in te lopen.

Op een middag hoort Havelaar van mevrouw Slotering dat ze vreest dat hij, net als haar man, vergiftigd zal worden. Havelaar dient vervolgens bij resident Slijmering een schriftelijke aanklacht tegen de regent in. Slijmering reageert geiriteerd, omdat Havelaar hem niet eerst mondeling ingelicht heeft en hij het erg druk heeft.

Droogstoppel onderbreekt het verhaal weer en schrijft over zijn nieuwe poging om Sjaalman te ontmoeten. Daarnaast schrijft hij over een brief waarin 'juffrouw Sjaalman' van haar familie het advies krijgt te scheiden. Ook beschrijft Droogstoppel een ontmoeting met een resident uit de Nederlands-Indië, die beweert dat er in Nederlands-Indië helemaal geen onvrede bestaat.

Stern vervolgt zijn verhaal. Resident Slijmering is naar Rangkas Betoeng gekomen om enkele zaken te regelen. Hij brengt eerst een bezoek aan de regent en geeft hem geld. Daarna praat hij met Havelaar. Omdat Havelaar weigert zijn aanklacht in te trekken, komt de zaak bij de gouverneur-generaal terecht. Die ziet zich genoodzaakt om Havelaar voorlopig over te plaatsen naar Ngawi. Havelaar voelt zich beledigd en neemt ontslag. Hij draagt het bestuur over aan Verbrugge en vertrekt met zijn vrouw en kind naar Batavia, om de gouverneur-generaal te spreken. Maar zijne excellentie wil hem niet ontvangen, omdat hij een zweer aan zijn voet heeft en op het punt staat om naar Nederland te vertrekken. Havelaar besluit om een brief naar de gouverneur-generaal te schrijven, waar niet op geantwoord wordt.

Op het eind stapt Multatuli de schrijfkamer binnen. Hij zegt Stern niet meer nodig te hebben en stuurt hem samen met Droogstoppel weg. Multatuli wil dat zijn boek gelezen zal worden. Iedereen moet weten dat de Javanen mishandeld worden. Als hij niet geloofd zou worden zal hij zijn boek in vele talen vertalen, om zo de wereld kennis te laten maken met de misdaden in Nederlands-Indië. De Javaan moet geholpen worden, langs wettige weg of desnoods met geweld. Hij draagt zijn boek op aan koning Willem III, keizer van het prachtige rijk van Insulinde (Nederlands-Indië) 'dat zich daar slingert om de evenaar, als een gordel van smaragd'. Multatuli vraagt hem of het zijn wens is dat Havelaar wordt bespot en meer dan dertig miljoen onderdanen worden mishandeld en uitgebuit in zijn naam...





Max Havelaar is een dubbelroman. Er zijn 2 verhaallijnen die met elkaar verbonden zijn:
- Het 'Hollandse' verhaal van en over Droogstoppel.
- Het 'Indische' verhaal van Stern over Max Havelaar.

Het verhaal eindigt met een slotschrift van Multatuli zelf.

Het boek is eigenlijk een pleidooi van Dekker, waarin de verhaallijnen van Droogstoppel en Stern de opmars maken voor het uiteindelijke pleidooi van Multatuli (Dekker zelf).

Max Havelaar is een autobiografische roman. Dekker giet verschillende aspecten van zijn leven in de personages:
-Sjaalman, die ontslagen is door een boekhandelaar en arm is.
-Stern, een schrijver die trouw is aan zijn eigen idealen.
-Havelaar, die opstaat tegen het onrecht in Nederlands-Indië en zich niet laat ompraten.
-Multatuli, die vecht voor erkenning en eerherstel.

Het personage Droogstoppel dient als karikatuur. Droogstoppel is de belichaming van de onverschilligheid van de Nederlanders, die de misstanden op Nederlands-Indië als onbelangrijk beschouwen.

Dekker was zelf assistent-resident van Lebak in de 19e eeuw. Het personage Havelaar is de belichaming van Dekkers strijd om de misdaden in Nederlands-Indië te beëindigen. Dekker wilde met dit verhaal de lezer aan het denken zetten over zijn ondervindingen omtrent 19e eeuws Nederlands-Indië.

Ik vond Max Havelaar een zeer boeiend verhaal. De strijd van Havelaar (Dekker) om de Javanen op Nederlands-Indië een beter leven te geven vind ik erg aansprekend. Ook vind ik het erg spijtig dat Dekker tijdens zijn leven niet serieus is genomen. Hij verdiende beter.


Auteur:  Multatuli
Jaar uitgave:  1860
Uitgeverij:           De Ruyter
Plaats:  Amsterdam
Aantal pagina's:  284


Recensies:
- http://literom.nbdbiblion.nl/literom/resultaten/321306
- http://literom.nbdbiblion.nl/literom/resultaten/33151




dinsdag 15 november 2016

Het Journaal van Bontekoe



Het journaal van Bontekoe







"Het journaal van Bontekoe: is geschreven door W.Y. Bontekoe. Dit boek is een reisverslag van schipper Bontekoe, over de vaartocht die hij in opdracht van de VOC in de 17e eeuw maakte. Het (dag)boek is geschreven in de ik-vorm en heeft geen hoofdstukken. Het verhaal speelt zich tussen 1618 en 1625 af en wordt in chronologische volgorde verteld. Het thema is zeevaart en het motief is god.





Willem Ijsbrands Jr. word op 20 jarige leeftijd, in opdracht van zijn vader, schipper van de Bontekoe. Sindsdien draagt hij de bijnaam Bontekoe. In de daaropvolgende jaren heeft hij handel vervoerd over de Europese wateren. Op een reis naar Sevilla werd zijn schip op 17 september 1617 door zeerovers beroofd. Boetekoe werd gevangen gezet. Boetekoe werd op 13 oktober van dat jaar door de Hollanders vrijgekocht, waarna hij in 1618 op 31 jarige leeftijd in dienst trad bij de VOC. Op 28 december van dat jaar begon hij aan zijn eerste opdracht in dienst van de VOC. Als schipper van de Nieuwe Hoorn vertrekt Bontekoe met zes andere schepen naar de stad Bantam op Java. 
Vanaf hier begint "Het Journaal van Bontekoe". 

Op de Atlantische Oceaan raakt de Nieuwe Hoorn van de andere zes schepen verwijderd. In de Straat Soendra vliegt het schip, beladen met 350 vaten buskruit, bij een ongeluk in brand en ontploft. In een sloep weten Bontekoe en een deel van de bemanning te ontsnappen. Er is meteen sprake van voedselgebrek. De bemanning moet bijna overgaan tot kannibalisme door de scheepsjongens op te eten. De sloep bereikt gelukkig op tijd de kust van een eiland vlakbij Sumatra. Op Sumatra zelf krijgen ze het vervolgens aan de stok met de plaatselijke bevolking, waarbij weer een deel van de bemanning omkomt. Als de overlevende met een vlot de zee op gaan, worden ze opgepikt door een Nederlandse vloot. 

Eenmaal aangekomen in Batavia word Bontekoe door gouverneur-generaal Jan Pieterszoon Coen ingezet om wit koraal naar het fort in Batavia te brengen. Na deze tocht wordt hij naar de Zuid-Chineese Zee gestuurd een handelsovereenkomst met China te forceren. Wanneer diplomatie mislukt worden twee dorpen in brand gestoken en 1000 Chinezen als gevangenen aan boord gezet. Slechts enkele tientallen overleven de reis naar de Pescadoras eilanden (bij Batavia). De Chinezen sturen als reactie 10.000 bewapende soldaten naar het in aanbouw zijnde fort op de Pescadoras. De Nederlanders besluiten te vertrekken en sluiten een akkoord met de Chinezen. Voortaan zou Nederland alleen op het eiland Formosa nog handel bedrijven (porselein en zijde export). 

Op 25 november 1625 keert Bontekoe als gezagvoerder van het schip Hollandia terug in de Nederlandse Republiek. 





De naam "Het journaal van Bontekoe" slaat op het feit dat dit boek een fragment is uit het dagboek van Bontekoe, dat door Bontekoe en Thomas Rosenboom herschreven is. Gedurende het hele boek benadrukt Bontekoe het belang van god. Zo is god de reden dat hij zijn reis overleefd heeft. Ook beweert hij dat alles goed komt zolang je in god gelooft.

Ik vond het erg leuk om dit boek te lezen. Doordat er veel uitdagende twisten in zitten, zoals de ontploffing van de Nieuwe Hoorn, veranderd de handels reis in een strijd om te overleven. Ik vond dit erg aansprekend. 


Auteur:Bontekoe, W.Y.
Jaar uitgave:1646
Uitgeverij:Atheneum, Polak & Van Gennep
Plaats:Amsterdam
Aantal pagina's:164

Recensies:
-http://www.volkskrant.nl/archief/thomas-rosenboom-bewerkt-bontekoe~a584708/
-http://www.trouw.nl/tr/nl/4512/Cultuur/article/detail/2484661/2001/08/27/Toen-het-schip-in-honderdduizend-stukken-sprong.dhtml